header2 (20K)





"Ongeoorloofde vuiligheden"

In het Dordtse stadsarchief is een schat aan informatie te vinden. Ook over allerlei juridische zaken. In deze Eigen-Aardig een spraakmakende rechtszaak over homoseksualiteit, chantage, fraude en oplichting. Eigen-Aardig reconstrueerde aan de hand van verslagen van urenlange verhoren de belevenissen van Mathieu Nolté. Enigszins gekuist maar met nog steeds expliciet 18de eeuws taalgebruik. De lezer is dus gewaarschuwd.

Eind oktober 1797 dagvaardde Paulus Knogh, hoofdofficier van Justitie in Dordrecht een zekere Mathieu Nolté die zich schuldig had gemaakt aan 'ongeoorloofde vuiligheden met verscheidene manspersonen, afpersing en misdaden tegen de natuur.' De dagvaarding werd door de stadsomroeper afgekondigd, en daarna aangeplakt 'na voorgaand klokgelui'.
Aan de dagvaarding was heel wat voorafgegaan. Mathieu Nolté was niet bepaald het toonbeeld van een keurig oppassende huisvader. Hij was in 1797 41 jaar oud, geboren in Amsterdam. Samen met zijn maat in het kwaad, de 16 jaar jongere Johannis Gerardus Beeldemaker, zwierf hij door Holland, Utrecht, Brabant, Limburg en Vlaanderen. Beide mannen verdienden de kost met allerlei vormen van fraude en oplichting. Meest voorkomend was spullen kopen, niet betalen en de goederen daarna bij de lommerd belenen. En verder waren ze actief in de schemerige wereld van de homoseksualiteit die in die tijd streng verboden was.
stadhuis-1770 (35K)
Het stadhuis, ongeveer in de tijd dat Nolté op zolder in een cel zat opgesloten. En waaruit hij ontsnapte.


MANNELIJKHEID
Nolté en Beeldemaker hadden een uitgebreide 'kennissenkring' en de mannen die zij kenden waren niet de minsten. In Amsterdam leerde Nolté op straat Nicolaas van Hoorn kennen, de broer van de burgemeester van Amsterdam. In zijkamertjes liefkoosden zij elkaar. En, noteerde de Dordtse officier Knogh koeltjes in de processen-verbaal, Van Hoorn had Nolté verscheidene malen verzocht "zijn mannelijkheid in het fundament van Van Hoorn te brengen". Dat deed Nolté ook bij de Amsterdamse vendumeester Testard. Branleren deed Nolté het meeste. De keurige officier wist niet wat dat betekende, maar Nolté legde het hem haarfijn uit. Branleren was 'het vatten van iemand met de hand aan zijne mannelijkheid en hem zoo te verhitten dat hij zijn zaad schiet.' Dat had hij gedaan met ene Jan van Wijk in een herberg in Ravenstein, en in Nijmegen (in een huis van een koekenbakker) met de zoon van de Nijmeegse burgemeester Van Leeuwen. In Randwijk deed hij het met graaf Van Barlemont en in Lommel, gewoon op straat, met de voormalige belastingontvanger Adam Rans. Nolté verkeerde dus in gegoede kringen. Of hij al die mannen afperste is niet duidelijk. Nolté was in ieder geval zelf ook homoseksueel. Zo verklaarde hij dat hij en Beeldemaker in Den Haag dronken waren van de punch en dat zij samen 'de misdaad tegen de natuur' hadden gepleegd 'maar dat hij door overmacht niet zijn zaad in het fundament van Beeldemaker had kunnen uitstorten.'

cel-DSC_8596 (15K)
De cellen in het stadhuis zijn nog steeds aanwezig.
DOMINEE
Nolté ontmoette dominee Roberthus Alberthome Chevalier voor het eerst in Amsterdam en later zagen beide mannen elkaar in Den Bosch. In de Brabantse hoofdstad perste Nolté de predikant 700 gulden af, een kolossaal bedrag. Later maakten Nolté en Beeldemaker Chevalier nog meer geld afhandig. De dominee betaalde. Hij moest haast wel. Op homoseksualiteit (sodomie) stond op zijn minst verbanning, maar ook de doodstraf was mogelijk, dat hing af van het rechtsgebied waar de misdaadwas gepleegd.
Op zaterdagmiddag 15 april 1797 ging het mis. Dominee Chevalier werkte inmiddels in Dordrecht en woonde aan de Voorstraat in de buurt van de Torenstraat. Nolté en Beeldemaker waren al een paar keer langs geweest om de dominee geld af te troggelen. Maar ditmaal liet de vrouw de dominee Nolté binnen. Beeldemaker bleef op de uitkijk staan. Nolté kreeg de dominee niet te spreken en diens vrouw weigerde de 20 gulden te betalen die Nolté vroeg. En zij ging er niet op in toen Nolté zijn eis verlaagde tot 5 Zeeuwse rijksdaalders. Zij wilde hooguit 1 gulden betalen. Nolté ontstak in woede en weigerde weg te gaan. "Haal de stadhouder er maar bij", schreeuwde hij, niet beseffend dat voor vrouw Chevalier de maat vol was. Zij liet een diender halen en ontstond een worsteling Beeldemaker kwam zijn maatje helpen. Maar toen er nog een diender bijkwam, was het afgelopen voor de twee vagebonden. Nolté werd opgesloten in een cel op zolder van het Dordtse stadhuis, Beeldemaker ging in Den Haag het gevang in.

handtekening3_5046 (9K)
Mathieu Nolté was geen simpel diefje. Hij kon schrijven en zijn handtekening onder een proces-verbaal verraadt een behoorlijke ontwikkeling.
ONTSNAPT
In urenlange verhoren bekende Nolté aan de Dordtse officier van Justitie Knogh veel van zijn misdaden. Maar een paar dagen na zijn bekentenis ontsnapte hij uit zijn cel, tot verbijstering van officier Knogh. Nolté was weg en bleef weg. Hij werd nog wel een paar keer gedagvaard om te verschijnen bij zijn rechtszaak, maar vanzelfsprekend kwam hij niet opdagen. Uiteindelijk werd hij Mathieu Nolté bij verstek ter dood veroordeeld. "Hij zal gebracht worden ter plaatse al waar men gewoon is hier ter stede de executie der criminelen justitie te doen en al daar met den koorde te worden gestraft dat er de dood na volgt." Nolté zou dus worden opgehangen, als justitie hem te pakken zou krijgen. Een zware straf, maar hij had het wel erg bont gemaakt door hoge heren te plezieren en daarna te chanteren.
In Dordrecht zat Justitie dus met een paar problemen. Mathieu Nolté was onvindbaar en leek zijn straf te ontlopen. Hoe had hij kunnen ontsnappen uit de zwaar bewaakte en goed beveiligde cel in het stadhuis? Had hij hulp gehad? En wat te doen met de homoseksuele dominee Chevalier? Over een paar weken zal Eigen-Aardig daar op terug komen.





'OVERIGE BESTEMMINGEN'
stond in graniet gehakt
boven de brievenbus
van 't oude postkantoor,
dat was van baksteen
en bekroond met torens
die eens een architect verzon
omdat een metselaar dat kon.

Nu hebben wij het PTT-gebouw
van parelgrijs beton
ontworpen door het Cemsto-hoofdkantoor,
en boven de metalen brievengleuf
is een rood plastic bandje vastgeplakt
waarin een ambtenaar met lettertang
dit tekstje heeft geperst:
OVERIGE BESTEMMING

Zo heeft een ieder toch zijn remming.

Jan Eijkelboom


De kikvors van het postkantoor

ik ben de kikvors van het oude postkantoor
vanonder de klok zat ik jarenlang te waken
kwaakte mee in het vrolijke duivenkoor
dat moest als kikvors van het oude postkantoor
door sloop ging ik met het postkantoor teloor
dus voor niemendal heb ik daar zitten kwaken
ik ben de kikvors van het oude postkantoor
onder de klok heb ik jarenlang zitten waken


Wim Jilleba




[ © Copyright Jaap Bouman/DORDT.NL ]